'Mijn vader heeft een beeld gekapt in zijn atelier,
de buik van mijn moeder,
en op de sokkel van het leven, ben ik onthuld,
met muisjes en beschuiten'.
Ad Maas (1930) groeide op in het land van löss en mergel.
Na een actief leven in het tekenonderwijs, wijdt hij zich volledig
op zijn creëren. Door niets en niemand laat hij zich leiden,
en in zijn teruggetrokken bestaan komt Ad als 'oud/outsider' tot
indrukwekkende beelden.
Van mergel natuurlijk, maar ook van hout, papier-maché en
zelfs van woorden.
Met zijn uit duizenden herkenbare gestileerde teken-handschrift
speelt Ad met woorden, mooie woorden, die hij aaneen smeedt tot
prachtige woordbeelden. Elke brief die hij verstuurt, verwordt hiermee
tot een prachtige kunstuiting.
In het werk dat deze 'voormalig vroom katholiek' en 'oud r.k. man'
maakt, vormen het (on)geloof en de mens een stevige rode draad.
'Of het waar is dat god bestaat? Hij heeft zich in mijn leven -bij-lange-na-
nog niet waar gemaakt' geeft zijn twijfel weer. 'Voor u cijferde
ik mezelf helemaal weg, tot er alleen de NUL overbleef, die ik altijd
al voor u was'. De invloed van mens en geloof leidt bij Ad tot prachtige
verstilde creaties die je grijpen, je niet meer loslaten en bijna
onbewust dwingen tot stilzwijgen.
Ondanks zijn indrukwekkende werk en de diversiteit aan uitingsvormen
timmert Ad nauwelijks aan de weg. Van geld wordt hij alleen maar
'rijk-dom-mer'. Bovendien moet Ad zich regelmatig rust gunnen. Zijn
'hersens liggen dan groggy en lijf en leden voelen moe'.
Ad vindt het prima zo. Hij leeft bescheiden en teruggetrokken in
een oude eenvoudige stadsboerderij, omringd door zijn eigen schepping;
Een heiligdom bijna. Zo schept hij zijn eigen leven, soms bijna
letterlijk, zoals in de 'Thorner-hoogpootpierpiksteltloperwitkuif',
een op een witte veer gebaseerd rank vogeltje.
Zeer relativerend is hij over zijn schepping. Hij maakt slechts
wat híj mooi vindt en kent aan dat werk verder geen bijzondere betekenis
toe.
'Soms mag ik van god
zijn handen lenen
om datgene te maken
wat míj welgevallig is.
'In de kunst is het idee (vaak) belangrijker dan de uitvoering', en
bovendien zal hij zijn handtekening altijd zijn mooiste tekening blijven
vinden.
Zijn ultiem kunstverlangen is het tonen van zijn werk, één
dag per jaar, op de witte voorgevels van Thorn. Een mooi tegenwicht
ook voor de 'toeristenterreur'.
|